top of page

Solo in de Polo

  • Foto van schrijver: Marja Poot
    Marja Poot
  • 5 dagen geleden
  • 8 minuten om te lezen

Het is vroeg in de ochtend van 1 juli 2026. De CrossPolo van mijn zus Daniëlle staat klaar. Geen motor deze keer, maar een vierwieler. Prima auto om mee op pad te gaan, al ontbreekt er één detail dat deze week wel heel welkom zou zijn geweest: airconditioning. Want het wordt warm. Heel warm. De temperatuur loopt op naar 32 graden en de zon laat zich vanaf het begin duidelijk gelden.

Deze reis brengt me van de vestingmuren van Langres via de kastanjebossen van de Ardèche naar de Vogezen. Geen spectaculaire expeditie, maar ruim een week vol mooie momenten en kleine ontdekkingen. Dat is ook een manier van reizen. Doel is een bezoek aan Jaqueline die vorig jaar van Amsterdam naar het zuiden van Frankrijk is verhuisd. Eerste stop is Langres. Een stad waar ik eigenlijk vooral naartoe ga om de reis te breken, maar die al snel blijkt veel meer te zijn dan zomaar een overnachtingsplek.



Zodra ik Nederland achter me laat en Frankrijk binnenrijd, voel ik het, nu begint het pas echt. Het landschap roept meteen het gevoel  van ‘ik ben er weer’ op. Mooie stille weggetjes die zich door het landschap slingeren. Precies zoals ik het me herinner van al mijn vroegere trips op de motor. Glooiende heuvels, goudgele graanvelden en overal zonnebloemen. In eindeloze rijen staan ze daar, allemaal netjes met hun kopje naar de zon gedraaid alsof ze geen straaltje willen missen.

De lucht is prachtig blauw, met hier en daar witte, donzige wolken die langzaam voorbij drijven. Af en toe schuift zo’n wolk een moment voor de zon en werpt even een schaduw. Een welkome kortstondige verfrissing op deze warme dag.



Aan het einde van de middag verschijnt Langres aan de horizon. Een oude vestingstad in de Haute-Marne, hoog gelegen op een plateau en omringd door eeuwen geschiedenis. 

Meer dan drieënhalve kilometer aan verdedigingswallen, twaalf torens en zeven oude stadspoorten omsluiten de historische kern. De stadsmuren zijn vrijwel volledig intact gebleven,  je kunt er helemaal rondom de stad lopen.



Mijn plekje voor de komende twee nachten ligt in een uitgestorven straatje binnen de vestingmuur. Alle luiken in de straat zijn gesloten om de hitte buiten te houden.

Een simpele kamer met ouderwets interieur, bloemetjesbehang en een beetje muf antiek luchtje.

De toren van de de imposante kathedraal steekt overal boven uit.Smalle straatjes slingeren tussen oude huizen door en op iedere straathoek ligt een stukje geschiedenis verborgen. Hier werd  onder andere Denis Diderot geboren, filosoof en één van de belangrijkste denkers van de Verlichting én grondlegger van de eerste encyclopedie.



Ik wandel door de smalle straatjes en over de oude vestingmuren. Uiteindelijk beland ik op Place Diderot. Hoe kan het ook anders, de fransen zijn goed in het eren van hun helden.  Een terras, een drankje en een fanfare die uitbundig speelt. Mensen wandelen voorbij, de stenen van de oude stad kleuren warmer in het avondlicht. Een eerste dag vol kilometers, warmte en nieuwe indrukken.

Vanaf de vestingmuur kijk ik hoe de zon langzaam achter de glooiende heuvels verdwijnt. Beneden, buiten de stadsmuren, liggen de grote gratis parkeerterreinen. In de historische binnenstad is parkeren voor bezoekers nauwelijks mogelijk. Een glazen lift brengt bezoekers vanaf de parkeerplaats omhoog naar de vesting. Een moderne oplossing in een stad waar verder alles lijkt te herinneren aan lang vervlogen tijden.



Maar mijn interesse in Langres kwam niet alleen door de geschiedenis. Het waren vooral de vier grote stuwmeren rondom de stad die mijn aandacht trokken. Ik hou van water en nog meer van zwemmen.



Ik begin bij Lac de la Mouche. De stilte valt meteen op. Geen drukte, geen boten, geen watersporters en een bordje met verboden te zwemmen, maar dat wist ik al. Ik ga voor de wandeling rondom het meer. In twee uur tijd kom ik niemand tegen. Ik hoor alleen vogels, ruisende bomen, het zachte klotsen van het water en er steekt zelfs een hertje vlak voor mijn neus over het pad dieper het bos in.

Bij Lac de la Liez is het een stuk levendiger en georganiseerd. Er zijn twee badmeesters, zwemmen moet binnen de lijntjes en er is een enorm groot waterpretpark. Een heel andere vibe. Tijd voor een verfrissende duik.



Bij Lac de Charmes is het weer helemaal stil, niets en niemand op het water behalve een zo te zien verlaten bootje dobberend in het midden van het meer. Ik zoek ik de schaduw op, zet mijn stoeltje neer en geniet van deze verstilde plek. Voor ik het weet ben ik even in slaap gevallen.

Het vierde meer, Lac de la Vingeanne, bewaar ik voor een volgende keer. Niet alles hoeft afgevinkt te worden.



Na twee dagen in en rond Langres is het tijd om verder te reizen. De route voert zuidwaarts, naar een klein dorpje in de Ardèche. Niet direct om de plek maar vooral om wie daar is gaan wonen.



Sommige vriendschappen verdwijnen, andere overbruggen moeiteloos de jaren. Jacqueline ken ik al sinds 2003, toen we collega's waren bij relatiebemiddelingsbureau Just2Match. Ook nadat we allebei een andere weg insloegen, zijn we altijd contact blijven houden. Tien jaar geleden verhuisde ik naar IJburg, terwijl Jacqueline op dat moment IJburg achter zich liet en in Amsterdam West ging wonen. Vorig jaar september gooide ze het roer definitief om. Ze liet Nederland achter zich en ging samen met haar man Jaco wonen in het dorpje Saint-Barthélemy-Grozon. En nu ik hier ben, snap ik wel waarom.



Het is ook hier bloedheet. Net als in de rest van Zuid-Europa stijgt de temperatuur ver boven de dertig graden. Gelukkig zorgen de uitgestrekte bossen rondom het dorp ervoor dat de nachten koel en de ochtenden aangenaam zijn. De middagen zijn een ander verhaal. Dan is het eigenlijk veel verstandiger om de schaduw op te zoeken of binnen te blijven. De Fransen hebben dat goed begrepen, alle luiken dicht, rustig aan en wachten tot de ergste hitte voorbij is.



In de vroege ochtend besluiten we korte stukje om te gaan. Althans... dat is het plan.

Onderweg komen we langs het huis van de buren waar we even wat blijven drinken. Er blijkt een mooie wandelroute te zijn vanaf deze plek. De route wordt aan ons uitgelegd. Jacqueline en ik werpen elkaar al een ietwat wanhopige blik toe, wij hebben namelijk allebei hetzelfde richtingsgevoel; dat van een kip. Gelukkig vond de buurman het leuk om met ons mee te lopen, anders waren we waarschijnlijk ergens ronddwalend in het bos geëindigd, ons vertwijfelend afvragend welke richting de juiste was. Het is een prachtige tocht door uitgestrekte kastanjebossen. Terwijl Walter vertelt over de streek, besef ik opnieuw hoe leuk het is om een gebied te ontdekken door de verhalen van mensen die er wonen. Dat leer je uit geen enkele reisgids. 



Ongeveer de helft van alle kastanjes in Frankrijk komt uit deze regio. Eeuwenlang waren deze bomen van levensbelang voor de bewoners van de Ardèche. Niet voor niets werd de kastanje hier vroeger l’arbre a pain - de broodboom genoemd. Hele gezinnen leefden van de oogst en in arme tijden hield de kastanje complete dorpen in leven, want zelfs in slechte jaren bleef de boom vrucht dragen. 



De dagen vliegen voorbij. Er wordt gekletst, gelachen, gegeten en genoten van het Franse buitenleven. Ik steek ook nog even de handen uit de mouwen. Een tafeltje en stoelen wordt geschuurd en een andere stoel krijgt een opknapbeurt. Altijd leuk om bezig te zijn.

Na drie gezellige dagen merk ik dat het weer begint te kriebelen. Dat herken ik inmiddels wel van mezelf. Hoe leuk gezelschap ook is, na een paar dagen verlang ik weer naar de rust van alleen onderweg zijn. Naar mijn eigen ritme, mijn eigen route en de vrijheid om te gaan wanneer ik wil.

De volgende ochtend staat iedereen vroeg op om me uit te zwaaien. Dat voelt bijzonder. Daarna draai ik de auto weer richting het noorden. Ongeveer zeshonderd kilometer liggen er voor me. De bestemming is Saint-Quirin, in de Vogezen.




Tegen het einde van de middag kom ik aan op een kleine natuurcamping aan de rand van het bos. Een eenvoudige plek, helemaal goed. Er staan maar een handjevol kampeerders, het is er heerlijk rustig en er is zelfs een klein meertje om in te zwemmen. 



Het dorp oogt verlaten, alle luiken zijn dicht en de paar winkeltjes die er nog zijn, zijn gesloten of gaan misschien wel nooit meer open.  Ik zie nog wel een klein barretje. Ik heb zin een een koud biertje. Later rijd ik nog een paar kilometer verder naar een restaurantje, waar ik buiten op het terras aanschuif. Het is acht uur 's avonds en nog altijd 27 graden. Ik had vandaag alles wat ik wilde. Een koud drankje, een maaltijd op een klein terras, een stoeltje voor mijn tent en een hemel vol sterren. 

Ik word wakker doordat de opkomende zon de tent langzaam verwarmt. Buiten hoor ik de vogels fluiten en het zachte geritsel van de wind door de bomen.



De dag begint met koffie zetten en een croissant van de dag ervoor. De campingbeheerder, een hele aardige man, blijkt een bron van informatie. Ik vraag hem naar mooie wandelroutes in de omgeving. Hij pakt er meteen een kaart bij en raadt me een mooie wandelroute aan. Hij is gids en kent de omgeving op zijn duimpje. Alleen zijn knie werkt momenteel niet mee; een blessure aan zijn kruisbanden houdt hem voorlopig van de langere wandelingen weg. 



Ik besluit de Col de Lamperstein te lopen. En wat een wandeling wordt het. Een route dwars door de bossen rondom Saint-Quirin. Het pad voert omhoog en omlaag, met flinke stukken klimmen, smalle paadjes en brede boslanen. In totaal overbrug ik ongeveer 570 hoogtemeters. En ik kom helemaal niemand tegen.Tussen de bomen is het heerlijk koel. De geur van het bos, het gefilterde zonlicht en de stilte maken het compleet.



Uiteindelijk heb ik bijna 15 kilometer gelopen. Dat klinkt misschien voor veel mensen niet heel bijzonder, maar voor mij is het een persoonlijk record. In de afgelopen 25 jaar heb ik nooit zoveel op één dag gelopen zonder pijn. Met dank aan mijn geweldige orthopeed voor alle nieuwe onderdelen. 

De route eindigt vlak bij Saint-Quirin, bij La Chapelle-Haute,  een klein kapelletje boven op de heuvel gebouwd in de elfde eeuw, Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht over het dorp en de omgeving. De camping is net niet te zien. In het kapelletje kan je een kaarsje branden. Ik steek er eentje aan voor alle lieve mensen die ik ken.




Op slechts een kleine twintig kilometer van Saint-Quirin ligt de Col du Donon, de Heilige Berg. Een plek die meteen herinneringen oproept. Jaren geleden reed ik hier vaak met de motor. De slingerende wegen door de Vogezen, de bossen, de bochten en het gevoel van vrijheid... het zit allemaal nog ergens opgeslagen. De weg klimt langzaam omhoog door dichte bossen. De smalle, kronkelende weg slingert zich tussen de bomen door. Op het hoogste punt eindig ik op het terras, waar ik vroeger ook al eens gestopt ben tijdens een motorrit. Tijd voor een drankje. Andere manier van reizen, dezelfde omgeving, hetzelfde gevoel.



Vanaf hier rijd ik verder naar Lac de Pierre-Percée. Deze plek kreeg ik aangeraden door de een stel dat ik sprak op het terras waar ik gisteravond zat. En wat een goede tip blijkt dat te zijn.

Het meer ligt verscholen tussen de bossen en is opvallend rustig. Op de parkeerplaats staan maar een paar auto's. Vandaar is het nog een stuk lopen door het bos naar beneden richting het water. Het waait behoorlijk, het water golft tussen de groene heuvels. Een ideale plek voor een lange zwemtocht; mooi meegenomen als training voor de Rondje Pampus eind juli.



In de avond besluit ik nog een stukje te rijden. Ik ga richting Relais-de-Moulins in Abreschviller, waar ik een leuk restaurantje heb gezien. Wat een prachtige route.

De D44 richting Abreschviller slingert zich meer dan twintig kilometer lang door de dichte bossen. Smal, bochtig en verlaten. Geen tegenliggers, geen verkeer, alleen de weg die zich voor mij uitrolt tussen de bomen. Even voelt het alsof ik alleen op de wereld ben.



Dit zijn de momenten waar ik het voor doe, dit soort onverwachte betoverende mooie plekken.

Nog één nachtje in de tent. De volgende ochtend gaat de wekker vroeg. Om zes uur sta ik op en breek mijn kleine kamp weer af. Tijd om richting Amsterdam te rijden.



Een week van vriendschap, oude herinneringen, nieuwe ontmoetingen en mooie plekken. Een week waarin ik weer merk hoe leuk het is om op pad te gaan en hoe vaak de mooiste momenten onverwacht ontstaan. Daar hoef je dus niet altijd ver voor te reizen.

 
 
 

Opmerkingen


© 2019 made by Marja Poot

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
bottom of page